Denkpapier en limonadesiroop

Denkpapier en limonadesiroop

Denken

 

Ik kan hardop denken, ik kan in beelden denken, ik kan voor mezelf denken, en ik kan met een ander denken.

 

Als ik in mijn eigen hoofd blijf met een gedachte (of 1000), draait die gedachte rond en rond en rond, in een kringetje. Ik kom er niet uit. De gedachte evolueert niet.

 

Als ik mijn gedachte uitspreek, terwijl alleen ik luister, hoor ik haar, en reageert mijn hoofd met een aanvulling, een tegenspraak, een dwarsverband, een analogie.

 

Als ik mijn gedachte uit, aan een ander, vervolgt de ander mijn gedachte of streept de ander mijn gedachte door, of verandert mijn gedachte.

 

Maar ik volg ook graag (eerst) mijn eigen gedachtelijn, mijn eigen gedachtenkronkels. Vóór ik ze deel en toets en laat groeien of krimpen.

 

Denkpapier

 

Daartoe neem ik mijn denkpapier. Denkpapieren zien er bijvoorbeeld zo uit.

 

 

Dit zijn denkpapieren van Grondigers. We zitten bij elkaar, in club GRONDIG HB, met een 8-tal denkers van een jaar of 8. Ieder een plankje, een papier en een stift. En, natuurlijk, een vraag! Zoals vragen van de laatste club: Wat is de overeenkomst tussen een wiel en en een koprol? Maakt het wiel ook een salto? En wat als we de wrijving elimineren?

 

De denker die geneigd is snel zijn onaffe gedachte te ventileren (lees: roepend op te springen), leert bij zijn gedachte stil te staan en er zelf iets, of veel!, mee te doen.

 

Degene die stil blijft, en lijkt stil te blijven staan, – terwijl de raderen van binnen op volle toeren draaien-, leert op eigen manier, en tempo, vorm en uiting te geven aan de eigen gedachten. Zonder dat iemand anders daar iets van vindt, of op reageert, of dat dat kan gebeuren.

 

Oplossing

 

Zoals wij mensen lijken te denken dat voelen iets is waarop actie moet volgen, zo geven wij onze kinderen eveneens de indruk dat op vragen antwoorden moeten volgen, en op kwesties en gedachten daarover, oplossingen.

 

Zie je gevoel als limonadesiroop.

 

Zie je vraag als limonadesiroop.

 

Limonadesiroop lost op in water, maar … is de siroop dan weg …. ? Is limonade de oplossing…?

 

Ik nodig je uit om je vraag deze week te behouden, en niet op te lossen. Of op zijn minst de vraag te blijven zien. Ik nodig je uit om deze week de vraag van je kind niet op te willen lossen. Gebruik eens een denkpapier met jezelf, met je partner, met je kind. En kijk eens samen naar de limonadesiroop!

 

 

Denken stimuleer en train je door vragen te stellen en op vragen te gaan zonder deze op te (willen) lossen. Hierdoor groeit zelfkennis en eigenwaarde. Het autonome, intense, hoogbegaafde kind leert op zichzelf vertrouwen en groeit!

 

 

Hadewych Simonis is coach en trainer voor Gevoelige Denkers in Monster. In individuele begeleidingstrajecten en groepstrainingen werkt zij met kinderen, en hun ouders en begeleiders aan grond onder de voeten. Zodat de Gevoelige Denker weer stevig staat!

 

Door de kou heen

Door de kou heen

En toen was het winter. De laatste club boften we met sneeuw bij de tipi! Met koude handen die je kunt voelen en die warm worden als je het even koud gehad hebt….

Hoe begint onderzoek en zelfonderzoek?

Onderzoek begint bij het serieus nemen van de vraag, iedere vraag. En de vraag begint bij het serieus nemen van je waarneming. En het serieus nemen van je waarneming en die van anderen, kinderen, leerlingen, studenten, begint bij het serieus nemen van deze mensen zelf. Met alles waar zij mee komen!

Ook het voetbal dus? En die tenenkrommende songtekst, en het GTA- verhaal?
Ook het voetbal, de tenenkrommende songtekst en het GTA-verhaal. Wij horen het, we luisteren ernaar, en we reageren als onszelf. We zeggen hoe wij het zien. Dit leggen we naast het beeld, de waarneming, van de leerling, van ons kind, van de ander. Ik leer hem niet, ik vertel wat ik vind, en ik vraag en vraag en vraag. Hij gaat dat eveneens doen: hoe zie jij dat? En hij vormt zijn mening.

Ook de schreeuw, het spel van de ‘drama-queen’, de schop? Ook het demonstratief onder de tafel zitten, de scheldkanonnade, de 17 minuten durende stilte. Ja! Ook dat! Wat we serieus nemen wordt kleiner, als het slechts een verpakking is. Wat we aandacht geven groeit, als het het echte cadeau onder het cadeaupapier is. Als ik de kleine brul serieus neem, laat ik zien dat die er mag zijn, en deze dus niet uitvergroot hoeft te worden!

Alles wat van mij serieus wordt genomen, mag er zijn, en maakt dat ik groei. De uitvergroting ervan, is de loep die je kind of leerling, student of partner, vriend of vriendin je geeft om dat wat het ècht wil zeggen zichtbaar te maken. Wat ligt er echt?

Dit geldt voor alle mensen, en het geldt vooral voor mensen wier bewustzijn net even groter is dan dat van een gemiddeld mens, wier lijf net even wat meer waarneemt en voelt, wier neuronen net even wat sneller, en uitgebreider schakelen: de Gevoelige Denkers onder ons.

Ik nodig jullie uit om de loep aan te nemen, en te kijken naar het cadeau van de ander, door het cadeaupapier heen, de warmte te voelen, door de kou heen….

Weet je welkom bij GRONDIG, ook in 2018! Je wordt gezien!

Kijk hier voor de nieuwe agenda.

Ik kom vooruit, en ik blijf staan.

Ik kom vooruit, en ik blijf staan.

Laat je niet afleiden! Doorzetten! Van proberen kun je leren! En: Gewoon negeren. – Ik hoor het dagelijks, op scholen, van ouders in de praktijk, kinderen in de praktijk en als adagio op social media.

Maar: Door alle focus op doorzetten, negeren, en gaan voor je doel, vergeten we ons gevoel en wat ons werkelijk belemmert.

De ander kant is ook waar: door focus op pijntjes, angst en gevoel van onzekerheid, vergeten we ons doel, kunnen doorzetten en richten. Is er misschien een middenweg…? Nee, er is tijd en ruimte voor beiden!

Ik loop met mijn hoofd naar voren, gespannen gericht op mijn doel, en struikel over mijn benen. Of, ik sta stil, neig naar achteren, houd mijn adem in, en er gebeurt niets.

In het eerste geval vlieg ik vooruit en weet ik niet waar ik ben. In het tweede blijf ik staan en weet ik niet waarheen ik op weg ben.

Laten we ze eens beide aandacht geven. Ik sta voor een smal wiebelig bruggetje, klaar om eroverheen te lopen, naar de andere kant van het ravijn.

Argh, dit is eng!

I
Eerst richt ik me op mezelf, dichtbij:

1. Ik adem uit, zet mijn voeten op de grond, ik houd mijn lijf recht, mijn buik vrij, en ik adem drie keer in en uit?

2. Waar ben ik?

3. Wat voel ik?

4. Waar voel ik dat?

II

Dan kijk ik naar mijn doel:

5. Wat wil ik? Wat is mijn doel?

6. Hoe ziet dat doel eruit?

III

En dan neem ik mezelf mee in dat doel:

7. Hoe sta ik daar? Wat zie ik daar? Wat doe ik daar? Hoe ruikt het daar?

8. Wat voel ik daar en waar voel ik dat?

IV

En tot slot ga ik weer terug naar mezelf en bedenk ik wat ik nodig heb om mijn eerste stap te zetten. 

Om die eerste stap te zetten, zal ik mijn voet moeten lichten en mijn zwaartepunt een beetje naar voren moeten plaatsen. Ik richt me op mijn doel, èn ik blijf bij mezelf. Ik ga een beetje naar voren, zonder te vallen. Het lukt me om mijn voeten en mijn adem mee te nemen.  Ik blijf staan, terwijl ik vooruitkom! Ik kom vooruit terwijl ik blijf staan!

Jij, kleine betweter!

Jij, kleine betweter!

Kun je filosoferen met je meester die antwoorden geeft?

Kun je praten met je ouders die toch de regels bepalen?

In de communicatie tussen ouders en kinderen, leerkrachten en leerlingen, en ook bijvoorbeeld werknemers en hun ‘bazen’, treedt vaak verwarring op tussen de inhoud van het gesprek en een erachter verondersteld doel. Er speelt een machtsspel mee. Wat jammer van de eigenlijke inhoud, en van het plezier dat we kunnen hebben van een ‘goed gesprek’.

Praten, discussiëren, filosoferen gaat alleen op basis van gelijkwaardigheid. We leren kinderen aan om te vechten voor hun gelijk, in een ongelijk strijdveld. Ik ben van mening dat zij niet degenen zijn die daarmee beginnen! Hoogbegaafde kinderen in het bijzonder worden gezegd overal over te discussiëren, altijd maar gelijk te willen hebben. Maar:

Kinderen willen dat er naar ze geluisterd wordt, dat ze gezien en gehoord worden. Daar doet een kind alles voor. En dat is maar goed ook: daarmee voorziet het in zijn eerste levensbehoeften. Het kind zal schreeuwen als het geen voeding krijgt, en schreeuwen als het niet wordt aangeraakt. Heel goed! Het kan niet zelf overleven.

Kinderen, wat groter dan deze schreeuwende zuigeling, gaan gesprekken aan met hun ouders. Zij, als jonge kinderen, zien andere dingen, en hebben een andere interesse dan hun ouders. Ze willen mèt dàt autootje, òp díe fiets, en ze willen dàt programma kijken, en maken dat kenbaar. Niet dat ze het moeten krijgen, maar ze willen het heel graag, ze ontwikkelen hun voorkeuren.

Wat is je reactie als ouder? Ga je hierop in, als was het een (volwassen) eis, of ga je in op de inhoud? Wat vind je leuk? Laat eens zien! Wat is dat dan? Wow! Richt je je op een mogelijk achterliggend doel, alsof het een machtsspel betreft, dan zal het dit worden! En het zal zich verder als zodanig uitbreiden. Ga je hierop in als is het interesse, dan ontwikkelt zich dàt verder. We zien elkaar en leren onszelf kennen: Ik houd van gele Lamborghini’s.

Hoogbegaafde en hoogsensitieve kinderen zien en horen snel onlogica of tegenstrijdigheden in uitspraken en gedrag van een meester of jou als ouder. Ze pakken je erop, kan het jou als gevoel geven. of… ze wijzen je erop. Zo lang jij het niet als aanval op jouw persoon opvat, leert het kind dit ook te doen, eerder nog: leert het kind niet om dit ook te gaan doen!

Haal discussie en disciplinering* uit elkaar!

Discussie is oorspronkelijk niet iets om je gelijk te halen, maar om gedachten open te leggen (dis- cutere) , te onderzoeken. Die gedachten leg je niet bovenop elkaar, maar naast elkaar, dat vergelijkt wat gemakkelijker… De ene heeft dus niet een hogere status dan de andere.

Net als praten en filosoferen werkt dit alleen op basis van gelijkwaardigheid, als partners in gesprek. Hier komt het belangrijke verschil tussen luisteren en (trachten te) begrijpen en het eens of oneens zijn om de hoek kijken. Ik luister naar je, ik probeer je te volgen, op voet van gelijkwaardigheid. Daarmee zeg ik niets over mijn mening daarover. Daarnaast plaats ik mijn idee, en dan luister jij, en je vraagt, en je vult wat aan, enzovoort. Dat is een gesprek, en kan een discussie zijn, en kan een filosofisch gesprek zijn. Er spreekt hier geen macht die bepaalt of mijn mening zwaarder telt dan jouw mening. Ik zou ook niet weten waarom.

Dit is precies wat HB’ers niet snappen. Waarom zou jouw gelijk meer gelijk zijn dan het mijne….?

Dit is geen brutaliteit, dit is evenmin discussiedrang in mijn visie, of een aanval op autoriteit, of betweterigheid, of …. Het is, in den beginne, de wens om te onderzoeken!

En bij veel Gevoelige Denkers rijst op een moment de vraag waarom niemand onderzoekend te werk gaat, waarom iedereen maar zo gemakkelijk volgt, en hoe iedereen toch zo gemakkelijk haast zorgeloos leeft, enz…. Herkenbaar..? 

Ga niet in discussie, wordt ouders dan geleerd. Ga in discussie zeg ik, over de onderwerpen waarover gelijkwaardig gediscussieerd kan worden. Waarover de gelijken even gelijk zijn, en niet jij als ouder dan ineens zegt: ja, .. maar zo gaan we het niet doen! Leer praten, filosoferen, discussiëren, en leer het je kinderen en leerlingen. Leer het ze door het zelf aan te gaan, door te luisteren en over alles wel de discussie aan te gaan waar het kan op voet van gelijkwaardigheid!

Ga in discussie!

 

 

*)Er zijn vaste waarden, vaste regels of rituelen die praktisch zijn om op te stellen thuis. Deze gaan gewoonlijk over zaken als: eten, slapen en verzorging. Discussieer je daarover? Nee. Stel je die regels gewoon op. Nee, ook niet. De regels kunnen best in samenspraak opgezet, maar er bestaat hier geen gelijkwaardigheid. Jij bent hier de ouder, je kind is het kind.

 

Hadewych Simonis werkt in Monster (Westland) met Gevoelige Denkers en hun ouders en opvoeders. Hoogbegaafd, hoogsensitief, HB, HSP, coaching en training, Ik leer leren, Rots & Water, MINDSET-training, club GRONDIG HB.

 

Rotzaag!

Rotzaag!

Als ik geen contact maak, kan ik niet zagen. Als ik me te veel in het contact duw, kan ik evenmin zagen.

Als ik de zaag in mijn hand houd, en in mijn hoofd precies weet hoe zagen werkt en hoe het moet worden, gebeurt er niets met mijn hout. En als ik door blijf zagen, als het hout al door is, zaag ik in mezelf.

Als de zaag blijft steken, en ik word boos op de zaag, omdat hij het is die blijft steken, wordt er weinig door-gezaagd. Als ik denk dat ik er al ben, terwijl het hout nog niet is aangeraakt, blijft het hout zoals het altijd is geweest.

Zagen vereist precies de juiste hoeveelheid kracht. Niet te veel. Duwen werkt niet, dan loopt de zaag vast. Niet te weinig, dan zaag je niet. Zagen vereist precies de juiste richting. Niet 0*, niet 90*, maar 45*, zodat de tanden door het hout gaan.

Zagen vereist precies de goede houding van de zager. Stevig op je benen, je benen naast de zaag, anders zaag je in je been.

En zagen vereist focus, focus op mijn werk. Ik laat alles om mij heen gebeuren en zaag, en zaag en zaag. Wederom: duwen werkt niet.

Alleen zagen werkt. Met de juiste kracht, de juiste richting, de juiste houding, met het tempo dat werkt en in ritme. En we zingen ‘zagen, zagen, wiedewiedewagen…..’

Levenslessen in de praktijk/ Club GRONDIG HB

Voorbeelden komen uit mijn werk met kinderen en opvoeders in praktijk GRONDIG, uit club GRONDIG HB, trainingen Rots & Water, en coachtrajecten van ouders en kinderen. Overeenkomsten berusten niet op toeval. Wat ik beschrijf is menselijk, en zien we dagelijks terug in ons leven van alledag. In de praktijk en daarbuiten.

Ik ben er voor je, als je me nodig hebt.

Ik ben er voor je, als je me nodig hebt.

Tien is hij. Een intens belevende en denkende jongen. Hij zit tegenover me. Zijn voeten bungelen en schoppen onder de tafel. Hij heeft zijn blik naar beneden, zijn oren wagenwijd open. Zijn moeder zit naast hem, rechtop, alert. Haar ogen gaan van hem naar mij, en van mij naar hem, en weer en weer en weer. Zij zou alles wel voor hem willen doen. De jongen heeft veel ruzie met zijn moeder, en moeder geeft aan dat de jongen niets meer wil.

Ik vertel een verhaal. Over een kuiken dat opgroeit, bij zijn mama in de buurt. Een kuiken dat wat rondbanjert, en dan op verkenning uitgaat. Het kuiken beweegt zijn linkervleugel eens, het strekt zijn rechtervleugel eens uit. En de eendenmoeder kijkt naar haar zoon, en ziet dat het goed is…

De moeder schuin voor me maakt een beweging naar achteren. Zij leunt met haar rug tegen de leuning van de stoel. Haar ogen worden zacht. Ze kijkt naar de tafel waar ik één blokje langzaam laat verwijderen van het andere, wat grotere blok. Het kleine blokje richt zich op.

‘Groot’, zegt de jongen. Jij bent ook groot, zegt zijn moeder. Hun blikken vinden elkaar.

Leg eens een matje neer voor jouw plek, vraag ik de jongen. En leg eens een matje neer voor de plek van je moeder. De jongen legt zichzelf midden in de grote ruimte neer. Dan pakt hij het matje voor zijn mama. Hij legt het vlak voor zich neer. ‘Nee’, zegt hij. Hij pakt het matje op en legt het aan de andere kant van de ruimte, heel ver weg. ‘Nee’, zegt de jongen van 10, zoon van zijn moeder. Hij pakt het matje van zijn mama op, legt het zo’n metertje vóór zijn matje, en gaat op zijn eigen plek staan. ‘Zo’, zegt hij.

Ik vraag moeder om plaats te nemen op de plek die haar zoon zojuist heeft neergelegd voor haar. Ga er maar staan, en voel hoe het daar voor je is. Ik wil niet dat je van plaats verandert. Ik wil dat je voelt hoe deze plek voor jou is. De mama gaat staan. We ademen een paar keer diep, zodat ze goed kan voelen hoe het daar is, op die plek. Dan zakken haar schouders, en komt haar kin langzaam op. Ze kijkt haar zoon recht aan. met rustige ogen. Ook de jongen ontspant. Hij kijkt. Hij ademt in, en uit.

Als ik hem vraag welke beweging hij zou willen maken, doet hij een stap naar achteren en draait hij zich langzaam om. Ik leg mijn hand op de linkerschouder van moeder. Zij staat niet alleen. ook zij mag zich gesteund weten. Ik sta achter haar.

Ik geef de moeder een teken dat zij ook haar hand, die contact wilde maken met de jongen, op zijn schouder mag leggen.

“Ik ben er voor je, als je me nodig hebt”, zeg ik tegen moeder. Moeder zegt: “Ik ben er voor je, als je me nodig hebt, lieve jongen.” “Ga maar.”

 

Dit is een stukje uit de praktijk. Moeder en zoon komen langs voor een gesprek, want zoon zit niet lekker in zijn vel. Hij reageert veel boos, thuis vooral, op zijn moeder. Op school is hij eigenlijk heel rustig. In het gesprek is te zien, en te voelen, dat moeder veel voor haar zoon wil doen. Heel fijn, zo’n betrokken moeder. Nog fijner als zij deze intentie om kan zetten in acties die daadwerkelijk ondersteunend zijn, voor haar zoon, en zo ook voor haar en hun relatie. Moeder en zoon hebben hier beide iets te leren.

Prachtig om te zien hoe het moeder lukt om te blijven staan, op haar eigen plek, en naar haar jongen te kijken. Zij hoeft niet altijd iets te doen. De jongen voelt direct het vertrouwen, en daarmee de ruimte om zelf te voelen wat hij wil en kan. Hij hoeft moeder niet weg te duwen. Hij kijkt haar rustig aan, en draait zich om naar …. zijn doel… 

Het is even stil. Dan zegt de jongen: Ik wil graag weer op scouting.

 

Hadewych Simonis is trainer en coach voor Gevoelige Denkers in Monster. Zij werkt met kinderen, pubers en ouders aan het innemen van de eigen plek. Wie ben ik, wat wil ik, en hoe ga ik dat doen? Zij doet dit middels onder meer individuele trajecten, trainingen Rots & Water, en Rots & Water – HB, ouderbijeenkomsten, en oudercursussen.