Nee, ik wil alleen.

Nee, ik wil alleen.

Als ik samenspeel, kom ik mezelf tegen. Als ik mezelf nog niet zo goed ken, kan dat best lastig zijn. Dit zegt de jongen van 6 niet. Hij zegt het wel met zijn ogen. Vermoed ik.

Ik vraag het hem.

Ik wil alleen, zegt hij.

Ik hoor je, zeg ik. Jij wil alleen. Jij gaat nu alleen. Met deze magneten. En dadelijk, dadelijk gaan we wat anders doen. Dan ga ik met jou en nog iemand aan de grote tafel een experiment doen, met de grote magneet, en met een batterij. – Hij kijkt me met grote gretige ogen aan, en kijkt dan snel naar beneden. – Wie zullen we kiezen om mee te doen? De grote, kleine jongeman wijst. Ik vraag hem: zou zij dat willen?

Ik denk wel dat zij dat wil, zegt hij. Ik denk alleen dat ze liever alleen speelt. Maar misschien wil ze dat ook wel met mij.

Twee dingen hoor ik hem zeggen. Alleen willen, en samen willen. ‘ We gaan het haar vragen!’, zeg ik actief. En intussen heeft deze grote jongeman zijn antwoord al gegeven.

Wij komen er wel!

 

Tijdens club GRONDIG HB komen kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd, èn beleeftijd elkaar tegen in hun spel, in hun onderzoek, in hun ruimte. Dit levert veel moois en uitdagends op, waaronder kleine drempels die, met een zetje, te nemen zijn, en deze kinderen veel opleveren! Prachtig om hiervan getuige te zijn, en in mee te bewegen en zo nu en dan wat tegen om wrijving en daardoor glans te veroorzaken.

Waar gewenst werk ik met de kinderen naast de club ook individueel, en in kleine trainingsgroepen; en coach ik de ouders en leerkrachten, hoe zij er nog meer voor hun kinderen kunnen zijn zodat ook het hoogbegaafde kind kan groeien!

 

Hadewych Simonis is coach en trainer voor Gevoelige Denkers in Monster. In individuele begeleidingstrajecten en groepstrainingen werkt zij met kinderen, en hun ouders en begeleiders aan grond onder de voeten. Zodat de Gevoelige Denker weer stevig staat! Weet je welkom. Je wordt gezien!

 

Hoe kom ik in mijn toekomst?

Hoe kom ik in mijn toekomst?

Negen is hij. En op het moment niet vooruit te branden. De jongen die niet zo lang geleden alles aankon, ligt thuis op de bank, voor Pampus. Waar wacht hij op? Wanneer vaart hij uit?

Ik vraag hem, naar aanleiding van zijn verhaal over de Holy Grail, waar híj naar op zoek is. – Mijn toekomst, zegt hij, en die duurt veel te lang.

Wat is daar?, vraag ik. – Een villa, mijn villa. Mijn Lamborghini. En ik ben miljonair. Terwijl hij dit uitspreekt, veert hij op, beweegt uitgelaten zijn handen, armen en benen, en straalt. Zo’n beetje overal waar je als mens kunt stralen!

Wat gebeurt er met je?, vraag ik. – Ehh, ik ben eigenlijk niet meer hier, zegt hij. Ik ben daar. Om precies te zijn. lacht hij, loop ik nu in mijn lego-maquette van mijn villa, als miniatuurfiguurtje, en ….. Hij ratelt stralend verder. We genieten een poosje en ik vraag, en hij vertelt in geuren en kleuren en met veel gevoel.

Dit ziet er bekend uit. Dit mannetje, zeg ik. Waar ken ik dit mannetje van? – Ik ben het, en toch niet, zegt hij. En toch ook wel. Ik ben dat, in de toekomst, dat weet ik 100% zeker. Maar ….

het is even stil, en hij kijkt me zacht aan, zeggend:

– Hoe kom ik daar?

Daar is de vraag, zijn vraag, en de reden waarom hij nog steeds bij het eiland Pampus ligt en niet kan uitvaren. Hoe kom ik in mijn toekomst?

Ik laat het voor nu bij deze vraag, zijn vraag, zijn levensvraag van nu. Hoe kom ik in mijn toekomst?

Vele plannen worden opgesteld, gedragsplannen, handelingsplannen, aanvragen, doelen en takenlijsten. ‘Hij werkt niet’, ‘hij wil niet’, ‘hij is niet gemotiveerd’. ‘De intelligentietest kan niet kloppen’, ‘ouders pushen’, ‘laat het kind een jaar extra doen en spelen’. De ouders laten het er niet bij zitten. Zij weten hoe het kind is. Ook zij zitten met de handen in het haar, wat betreft school en begeleiding en vervolg voor dit kind. Maar zij kennen hun zoon. Wie beter dan de ouders zelf, en het kind zelf, weet en voelt hoe het met deze jongen gaat? Hoe het echt met deze jongen gaat.

De ouders kennen de jongen van voordat het 4 was. Het leergierige, enthousiaste, altijd-maar-vragende kind. Het mannetje dat ’s avonds als twee-jarige niet kon slapen omdat ‘ik eerst nog 52 luikjes moet sluiten, mama’, en dat prachtig zelf voor elkaar kreeg. Met de steun en warmte van zijn ouders, die altijd in hem geloofden. En die het verschil haarfijn aanvoelden tussen wat echt was bij het mannetje en wat ‘spel’ en vlucht omdat hij iets nieuws zo verschrikkelijk spannend vond.

En nog altijd vindt… Want deze jongen is nog steeds hetzelfde kind. Alleen de mal is veranderd. De mal waar hij doorheen bekeken wordt.  Waar hij doorheen .. getrokken .. wordt. Waaruit blijkt dat dit mannetje niet zo best past. En… wat moet je dan..?

Ik keer terug bij het kind, bij dit mens van 9. Bij zijn vraag. Iedere keer dat wij denken, plannen maken en stappen zetten, kan het zomaar zijn dat wij ons verwijderen van datgene waar het eigenlijk om gaat, en zo van diegene om wie het eigenlijk gaat …

Keer terug. 

Hadewych Simonis is coach en trainer voor Gevoelige Denkers in Monster.  In individuele begeleidingstrajecten en groepstrainingen werkt zij met kinderen, en hun ouders en begeleiders aan grond onder de voeten. Zodat de Gevoelige Denker weer stevig staat!

Voorbeelden komen uit mijn werk met kinderen en opvoeders in praktijk GRONDIG, uit club GRONDIG HB, trainingen Rots & Water -HB, en coachtrajecten van ouders en kinderen. Overeenkomsten berusten niet op toeval. Wat ik beschrijf is menselijk, en zien we dagelijks terug in ons leven van alledag. In de praktijk en daarbuiten.

 

Door de kou heen

Door de kou heen

En toen was het winter. De laatste club boften we met sneeuw bij de tipi! Met koude handen die je kunt voelen en die warm worden als je het even koud gehad hebt….

Hoe begint onderzoek en zelfonderzoek?

Onderzoek begint bij het serieus nemen van de vraag, iedere vraag. En de vraag begint bij het serieus nemen van je waarneming. En het serieus nemen van je waarneming en die van anderen, kinderen, leerlingen, studenten, begint bij het serieus nemen van deze mensen zelf. Met alles waar zij mee komen!

Ook het voetbal dus? En die tenenkrommende songtekst, en het GTA- verhaal?
Ook het voetbal, de tenenkrommende songtekst en het GTA-verhaal. Wij horen het, we luisteren ernaar, en we reageren als onszelf. We zeggen hoe wij het zien. Dit leggen we naast het beeld, de waarneming, van de leerling, van ons kind, van de ander. Ik leer hem niet, ik vertel wat ik vind, en ik vraag en vraag en vraag. Hij gaat dat eveneens doen: hoe zie jij dat? En hij vormt zijn mening.

Ook de schreeuw, het spel van de ‘drama-queen’, de schop? Ook het demonstratief onder de tafel zitten, de scheldkanonnade, de 17 minuten durende stilte. Ja! Ook dat! Wat we serieus nemen wordt kleiner, als het slechts een verpakking is. Wat we aandacht geven groeit, als het het echte cadeau onder het cadeaupapier is. Als ik de kleine brul serieus neem, laat ik zien dat die er mag zijn, en deze dus niet uitvergroot hoeft te worden!

Alles wat van mij serieus wordt genomen, mag er zijn, en maakt dat ik groei. De uitvergroting ervan, is de loep die je kind of leerling, student of partner, vriend of vriendin je geeft om dat wat het ècht wil zeggen zichtbaar te maken. Wat ligt er echt?

Dit geldt voor alle mensen, en het geldt vooral voor mensen wier bewustzijn net even groter is dan dat van een gemiddeld mens, wier lijf net even wat meer waarneemt en voelt, wier neuronen net even wat sneller, en uitgebreider schakelen: de Gevoelige Denkers onder ons.

Ik nodig jullie uit om de loep aan te nemen, en te kijken naar het cadeau van de ander, door het cadeaupapier heen, de warmte te voelen, door de kou heen….

Weet je welkom bij GRONDIG, ook in 2018! Je wordt gezien!

Kijk hier voor de nieuwe agenda.

Ik kom vooruit, en ik blijf staan.

Ik kom vooruit, en ik blijf staan.

Laat je niet afleiden! Doorzetten! Van proberen kun je leren! En: Gewoon negeren. – Ik hoor het dagelijks, op scholen, van ouders in de praktijk, kinderen in de praktijk en als adagio op social media.

Maar: Door alle focus op doorzetten, negeren, en gaan voor je doel, vergeten we ons gevoel en wat ons werkelijk belemmert.

De ander kant is ook waar: door focus op pijntjes, angst en gevoel van onzekerheid, vergeten we ons doel, kunnen doorzetten en richten. Is er misschien een middenweg…? Nee, er is tijd en ruimte voor beiden!

Ik loop met mijn hoofd naar voren, gespannen gericht op mijn doel, en struikel over mijn benen. Of, ik sta stil, neig naar achteren, houd mijn adem in, en er gebeurt niets.

In het eerste geval vlieg ik vooruit en weet ik niet waar ik ben. In het tweede blijf ik staan en weet ik niet waarheen ik op weg ben.

Laten we ze eens beide aandacht geven. Ik sta voor een smal wiebelig bruggetje, klaar om eroverheen te lopen, naar de andere kant van het ravijn.

Argh, dit is eng!

I
Eerst richt ik me op mezelf, dichtbij:

1. Ik adem uit, zet mijn voeten op de grond, ik houd mijn lijf recht, mijn buik vrij, en ik adem drie keer in en uit?

2. Waar ben ik?

3. Wat voel ik?

4. Waar voel ik dat?

II

Dan kijk ik naar mijn doel:

5. Wat wil ik? Wat is mijn doel?

6. Hoe ziet dat doel eruit?

III

En dan neem ik mezelf mee in dat doel:

7. Hoe sta ik daar? Wat zie ik daar? Wat doe ik daar? Hoe ruikt het daar?

8. Wat voel ik daar en waar voel ik dat?

IV

En tot slot ga ik weer terug naar mezelf en bedenk ik wat ik nodig heb om mijn eerste stap te zetten. 

Om die eerste stap te zetten, zal ik mijn voet moeten lichten en mijn zwaartepunt een beetje naar voren moeten plaatsen. Ik richt me op mijn doel, èn ik blijf bij mezelf. Ik ga een beetje naar voren, zonder te vallen. Het lukt me om mijn voeten en mijn adem mee te nemen.  Ik blijf staan, terwijl ik vooruitkom! Ik kom vooruit terwijl ik blijf staan!

Bouwval gezocht!

Bouwval gezocht!

Ik was ziek. filmjes kijken was het enige dat lukte. Wat keek ik? ‘Bouwval gezocht‘. Even was ik terug in de tijd:

Ik was 7 en voor mijn ouderlijk huis werd een huis gebouwd. Vanuit het niks, na de sloop van 1 oud pand, verrezen 4 complete huizen. Ik keek en keek en keek… Wilde ik dan bouwvakker worden? Metselaar..? Wat trok mij aan dit beeld?

Slopen snapte ik. Ik gooide als kind graag een toren om, en ja, ook een vriendje op de grond. Ik wilde altijd weten wat er dan gebeurde. Maar bouwen..?

Hoe zet je iets neer dat blijft staan? Hoe zet je iets neer waarvan je precies weet hoe het eruit komt te zien, maar niet hoe het is opgebouwd? Waar begin je? Hoe begin je aan iets nieuws, op een lege plek? Ik kon het bedenken, in mijn hoofd, en kijken, kijken, kijken. Ik kon het (nog) niet doen. Ik had nog niet geleerd dat je kunt leren. Dat je iets in stappen kunt leren doen. Dat je kunt en zult en moet en mag beginnen met stap 1!

Bouwen gebeurt altijd van beneden naar boven. Geen kind dat het in zijn hoofd haalt een blok in de lucht te plaatsen. Of toch.. Natuurlijk! iedereen kent het kind in de kinderstoel dat keer op keer op keer zijn beker ‘in de lucht zet’. Goed zo, mijn kleine onderzoeker. Ga door! En weer en weer en weer. Maak je ouders gek!

En dan weet je, als dreumes, op een gegeven moment dat onder onder is, en boven boven. En dan leer je dat iets omvalt als het geen steun heeft, en dat een toren van 2 hoog gemakkelijker stevig staand te maken is dan een toren van 7 blokken. Je leert over balans, van voor en achter, en van links en rechts. Je verkent met je lijf en met het wereldmateriaal om je heen de (eerste) drie dimensies.

Als een toren van 1 blok stevig staat, kan ik er een blok bovenop zetten. Als het eerste blok niet stevig staat, zal het tweede blok vallen. Eenvoudige natuurkunde van een kleine grote onderzoeker.

En ik zelf? Houd ik mij staande op twee voeten naast elkaar? Kan ik dat ook met mijn ogen dicht? Weet mijn hoofd wat mijn benen doen? Of loop ik overal tegenaan? Weet ik wat links is en rechts? Kan ik met mijn rechterhand kriebelen aan mijn linkeroor? En dan ook nog het alfabet opzeggen misschien..?

Dit is de basis van mijn huis. Dit is mijn fundament. Dit zijn mijn eerste blokken. Daaraan gekoppeld mijn driedelig brein.

Hij kwam mijn praktijkruimte binnenvallen, struikelde letterlijk over zijn eigen benen. Hij pakte een pittenzak  wierp die naar mij, terwijl hij achterom keek naar de gitaar. Zijn handen speelden al luchtgitaar. Hij sprong op de mat, rollend over het wiebelkussen, en rolde zich op als een hotdog.

Zou hij, deze heerlijk energieke, en bij tijd en wijlen woedende jongen van 11, kunnen blijven staan op 2 benen, met de voeten naast elkaar? Hoe is zijn eerste blok? Hoe is zijn fundament? Voelt deze jongen zich veilig? Is hij gefocust? Voelt hij waar hij is?

Hoe kun je voelen en weten wie jij bent, zonder een basisgevoel van veiligheid? Zonder een gevoel van de plek die jij inneemt? Zonder bewustzijn van jouw lichaam?

Met deze jongen heeft het niet veel zin om te praten. Zijn hoofd zit vol, zijn hoofd zit overal. En als je overal bent, ben je nergens. Ik ben met deze jongen gaan springen. Naar beneden. Gaan balanceren. Hij vulde zijn benen, in zijn voorstelling, met ‘vloeibaar beton’. Hij bouwde, haast letterlijk, zijn eigen fundament. Ik ben met hem gaan trappen en stoten. En stapje voor stapje voelde hij controle over zijn benen, en voeten. Over zijn armen, en zijn handen!

En zijn hoofd..? En zijn emoties…? Die komen ook onder zijn regie. Zeker weten! Maar… we bouwen niet in de lucht!

 

Zo ga ik met het kind dat in zijn hoofd zit aan de slag met zijn voeten. Met het kind dat snel boos is, spelen we met het lijf totdat het weet waar het is en zich veilig voelt. En ook het kind dat de tafels er niet in krijgt, verkent eerst zijn eigen lijf.

Lichaamsbewustzijn gaat voor emotioneel bewustzijn gaat voor zelfbewustzijn!

Naast NLP, TA, en systemisch werk, zet ik elementen in van MBL (Movement Based Learning), Braingym, Bal-a-vis-X, en Rots&Water in trainingen en individuele coaching aan gevoelige denkers. Je bent van harte welkom voor een verkennend gesprek in mijn praktijk. Of kijk even bij de trainingen en clubs die weer starten. Voor gevoelige denkers, van jong tot ouder!

 

Ten aanval!

Ten aanval!

Zeer gedreven en inventief werden hoge wallen opgeworpen, forten gebouwd, lavaputten ontworpen, en martelkamers aangelegd ter afschrikking van de vijand.

Hoe beveilig ik mijzelf…?

De groep, die even tevoren nog zo vredelievend de ideeën deelde, was uiteengevallen in drie vijandige kampen. En… als er gevaar dreigt, moet je je verweren. Of…. werkt het andersom….?

Wat gebeurt er als ik me afsluit?

Wat gebeurt er als ik me achter een verdedigingsmuur verschans?

Wat gebeurt er als ik een kanon plaats tussen jou en mij?

Wat gebeurt er als ik mijn stekels opzet?

Wat gebeurt er als ik mijn voorhoofd frons, mij ietsje groter maak, en mijn blik ietwat naar boven richt?

Hier komen training, club en coaching samen.

Ik zet mijn stekels op. De ander valt aan. Hard tegen hard. Jij schiet, ik schiet terug. Of ik sla op de vlucht. Het contact wordt verbroken. Ik sta alleen.

Het meisje dat doodsbang is voordat ze haar spreekbeurt begint, en het gevoel heeft langzaam te verdwijnen.. De jongen die wegloopt of die ruit ingooit, omdat hij bang is voor zijn verdriet. De adolescent die blijft doen wat haar vriendinnen doen, terwijl haar hart vraagt om even te luisteren, maar sta ik dan dadelijk niet alleen? De vader die uitleg geeft, terwijl zijn zoon zijn oren van binnen sluit.

We bouwen allemaal een verdedigingsmuur. En die muur beschermt ons. En die muur maakt dat we ons veilig voelen. En die muur maakt dat we ons heel alleen voelen.

Mogen we nu aanvallen? – Nog 5 minuten, mannen, de bewoners van de stad in het dal leggen de laatste hand aan hun muur. De aanval vindt plaats vanachter de stadswallen, vanuit de forten, en vanaf de uitkijktorens. Hij die zijn veilige gebied verlaat, is direct de klos. Wat gebeurt is onvermijdelijk. Schilden, pantserwagens, hele torens en delen van muren worden meegenomen de strijd in. “Ik zal niet onbeschermd ten strijde trekken!” “Wij gaan vindingrijk te werk!” Zo klinkt het op het slagveld.

‘Ik heb een stevig gebouw van steen’, zegt één van de strijders tegen een vijandelijke ridder. ‘Het maakt jullie fort sterker. Ik heb ook buskruit, zie je?’ Hij legt contact met twee ridders van het fort.

Kijk wat hier gebeurt! Die kleine man buigt voor zijn ‘meerderen’, en wordt gelijk aan hen! Zijn opgeblazen borst wordt een maatje kleiner, zijn kin gaat omlaag, zijn ogen kijken in de ogen van de ridder. Van wie op zijn beurt de ogen rustig worden, de kin omlaag gaat, de adem zakt. Er is contact, er is begrip. Twee strijders zien zichzelf in de ander, en snappen dat ze eigenlijk gelijken zijn….

Het meisje kijkt voor het eerst haar angst in de ogen. De jongen heeft voor het eerst zelf te dealen met zijn frustratie, zonder dat een ander deze voor hem opruimt, en hij voelt zijn pijn daaronder. De jongevrouw realiseert zich dat zij juist nú alleen staat, een pijnlijk èn vruchtbaar besef. En de zoon zet zijn oren open, en kijkt zijn vader aan. Ik ben er voor je, zegt hij. En laat het daarbij.

We trekken ten strijde tegen de vijand in onszelf. Soms lukt het die onder ogen te zien. Wàt een overwinning!

Voorbeelden komen uit mijn werk met kinderen en opvoeders in praktijk GRONDIG, uit club GRONDIG HB, trainingen Rots & Water, en coachtrajecten van ouders en kinderen. Overeenkomsten berusten niet op toeval. Wat ik beschrijf is menselijk, en zien we dagelijks terug in ons leven van alledag. In de praktijk en daarbuiten.