Bouwval gezocht!

Bouwval gezocht!

Ik was ziek. filmjes kijken was het enige dat lukte. Wat keek ik? ‘Bouwval gezocht‘. Even was ik terug in de tijd:

Ik was 7 en voor mijn ouderlijk huis werd een huis gebouwd. Vanuit het niks, na de sloop van 1 oud pand, verrezen 4 complete huizen. Ik keek en keek en keek… Wilde ik dan bouwvakker worden? Metselaar..? Wat trok mij aan dit beeld?

Slopen snapte ik. Ik gooide als kind graag een toren om, en ja, ook een vriendje op de grond. Ik wilde altijd weten wat er dan gebeurde. Maar bouwen..?

Hoe zet je iets neer dat blijft staan? Hoe zet je iets neer waarvan je precies weet hoe het eruit komt te zien, maar niet hoe het is opgebouwd? Waar begin je? Hoe begin je aan iets nieuws, op een lege plek? Ik kon het bedenken, in mijn hoofd, en kijken, kijken, kijken. Ik kon het (nog) niet doen. Ik had nog niet geleerd dat je kunt leren. Dat je iets in stappen kunt leren doen. Dat je kunt en zult en moet en mag beginnen met stap 1!

Bouwen gebeurt altijd van beneden naar boven. Geen kind dat het in zijn hoofd haalt een blok in de lucht te plaatsen. Of toch.. Natuurlijk! iedereen kent het kind in de kinderstoel dat keer op keer op keer zijn beker ‘in de lucht zet’. Goed zo, mijn kleine onderzoeker. Ga door! En weer en weer en weer. Maak je ouders gek!

En dan weet je, als dreumes, op een gegeven moment dat onder onder is, en boven boven. En dan leer je dat iets omvalt als het geen steun heeft, en dat een toren van 2 hoog gemakkelijker stevig staand te maken is dan een toren van 7 blokken. Je leert over balans, van voor en achter, en van links en rechts. Je verkent met je lijf en met het wereldmateriaal om je heen de (eerste) drie dimensies.

Als een toren van 1 blok stevig staat, kan ik er een blok bovenop zetten. Als het eerste blok niet stevig staat, zal het tweede blok vallen. Eenvoudige natuurkunde van een kleine grote onderzoeker.

En ik zelf? Houd ik mij staande op twee voeten naast elkaar? Kan ik dat ook met mijn ogen dicht? Weet mijn hoofd wat mijn benen doen? Of loop ik overal tegenaan? Weet ik wat links is en rechts? Kan ik met mijn rechterhand kriebelen aan mijn linkeroor? En dan ook nog het alfabet opzeggen misschien..?

Dit is de basis van mijn huis. Dit is mijn fundament. Dit zijn mijn eerste blokken. Daaraan gekoppeld mijn driedelig brein.

Hij kwam mijn praktijkruimte binnenvallen, struikelde letterlijk over zijn eigen benen. Hij pakte een pittenzak  wierp die naar mij, terwijl hij achterom keek naar de gitaar. Zijn handen speelden al luchtgitaar. Hij sprong op de mat, rollend over het wiebelkussen, en rolde zich op als een hotdog.

Zou hij, deze heerlijk energieke, en bij tijd en wijlen woedende jongen van 11, kunnen blijven staan op 2 benen, met de voeten naast elkaar? Hoe is zijn eerste blok? Hoe is zijn fundament? Voelt deze jongen zich veilig? Is hij gefocust? Voelt hij waar hij is?

Hoe kun je voelen en weten wie jij bent, zonder een basisgevoel van veiligheid? Zonder een gevoel van de plek die jij inneemt? Zonder bewustzijn van jouw lichaam?

Met deze jongen heeft het niet veel zin om te praten. Zijn hoofd zit vol, zijn hoofd zit overal. En als je overal bent, ben je nergens. Ik ben met deze jongen gaan springen. Naar beneden. Gaan balanceren. Hij vulde zijn benen, in zijn voorstelling, met ‘vloeibaar beton’. Hij bouwde, haast letterlijk, zijn eigen fundament. Ik ben met hem gaan trappen en stoten. En stapje voor stapje voelde hij controle over zijn benen, en voeten. Over zijn armen, en zijn handen!

En zijn hoofd..? En zijn emoties…? Die komen ook onder zijn regie. Zeker weten! Maar… we bouwen niet in de lucht!

 

Zo ga ik met het kind dat in zijn hoofd zit aan de slag met zijn voeten. Met het kind dat snel boos is, spelen we met het lijf totdat het weet waar het is en zich veilig voelt. En ook het kind dat de tafels er niet in krijgt, verkent eerst zijn eigen lijf.

Lichaamsbewustzijn gaat voor emotioneel bewustzijn gaat voor zelfbewustzijn!

Naast NLP, TA, en systemisch werk, zet ik elementen in van MBL (Movement Based Learning), Braingym, Bal-a-vis-X, en Rots&Water in trainingen en individuele coaching aan gevoelige denkers. Je bent van harte welkom voor een verkennend gesprek in mijn praktijk. Of kijk even bij de trainingen en clubs die weer starten. Voor gevoelige denkers, van jong tot ouder!

 

Ten aanval!

Ten aanval!

Zeer gedreven en inventief werden hoge wallen opgeworpen, forten gebouwd, lavaputten ontworpen, en martelkamers aangelegd ter afschrikking van de vijand.

Hoe beveilig ik mijzelf…?

De groep, die even tevoren nog zo vredelievend de ideeën deelde, was uiteengevallen in drie vijandige kampen. En… als er gevaar dreigt, moet je je verweren. Of…. werkt het andersom….?

Wat gebeurt er als ik me afsluit?

Wat gebeurt er als ik me achter een verdedigingsmuur verschans?

Wat gebeurt er als ik een kanon plaats tussen jou en mij?

Wat gebeurt er als ik mijn stekels opzet?

Wat gebeurt er als ik mijn voorhoofd frons, mij ietsje groter maak, en mijn blik ietwat naar boven richt?

Hier komen training, club en coaching samen.

Ik zet mijn stekels op. De ander valt aan. Hard tegen hard. Jij schiet, ik schiet terug. Of ik sla op de vlucht. Het contact wordt verbroken. Ik sta alleen.

Het meisje dat doodsbang is voordat ze haar spreekbeurt begint, en het gevoel heeft langzaam te verdwijnen.. De jongen die wegloopt of die ruit ingooit, omdat hij bang is voor zijn verdriet. De adolescent die blijft doen wat haar vriendinnen doen, terwijl haar hart vraagt om even te luisteren, maar sta ik dan dadelijk niet alleen? De vader die uitleg geeft, terwijl zijn zoon zijn oren van binnen sluit.

We bouwen allemaal een verdedigingsmuur. En die muur beschermt ons. En die muur maakt dat we ons veilig voelen. En die muur maakt dat we ons heel alleen voelen.

Mogen we nu aanvallen? – Nog 5 minuten, mannen, de bewoners van de stad in het dal leggen de laatste hand aan hun muur. De aanval vindt plaats vanachter de stadswallen, vanuit de forten, en vanaf de uitkijktorens. Hij die zijn veilige gebied verlaat, is direct de klos. Wat gebeurt is onvermijdelijk. Schilden, pantserwagens, hele torens en delen van muren worden meegenomen de strijd in. “Ik zal niet onbeschermd ten strijde trekken!” “Wij gaan vindingrijk te werk!” Zo klinkt het op het slagveld.

‘Ik heb een stevig gebouw van steen’, zegt één van de strijders tegen een vijandelijke ridder. ‘Het maakt jullie fort sterker. Ik heb ook buskruit, zie je?’ Hij legt contact met twee ridders van het fort.

Kijk wat hier gebeurt! Die kleine man buigt voor zijn ‘meerderen’, en wordt gelijk aan hen! Zijn opgeblazen borst wordt een maatje kleiner, zijn kin gaat omlaag, zijn ogen kijken in de ogen van de ridder. Van wie op zijn beurt de ogen rustig worden, de kin omlaag gaat, de adem zakt. Er is contact, er is begrip. Twee strijders zien zichzelf in de ander, en snappen dat ze eigenlijk gelijken zijn….

Het meisje kijkt voor het eerst haar angst in de ogen. De jongen heeft voor het eerst zelf te dealen met zijn frustratie, zonder dat een ander deze voor hem opruimt, en hij voelt zijn pijn daaronder. De jongevrouw realiseert zich dat zij juist nú alleen staat, een pijnlijk èn vruchtbaar besef. En de zoon zet zijn oren open, en kijkt zijn vader aan. Ik ben er voor je, zegt hij. En laat het daarbij.

We trekken ten strijde tegen de vijand in onszelf. Soms lukt het die onder ogen te zien. Wàt een overwinning!

Voorbeelden komen uit mijn werk met kinderen en opvoeders in praktijk GRONDIG, uit club GRONDIG HB, trainingen Rots & Water, en coachtrajecten van ouders en kinderen. Overeenkomsten berusten niet op toeval. Wat ik beschrijf is menselijk, en zien we dagelijks terug in ons leven van alledag. In de praktijk en daarbuiten.