Kennismaken kan ik niet.

Ik weet niet wie ik ben. Hoe kan ik nu kennismaken, als ik niet weet wie de ander is en wie ik zelf echt ben. Hij is 10 jaar, bijna op weg naar het middelbaar. Iedere vraag wordt in zijn hoofd een grote, abstracte vraag, een kwestie, zeg maar gerust. Van Quaestio, het grote onderzoeken.

Als je hem vraagt wie hij is, geeft hij geen antwoord. Als je hem vraagt hoe oud hij is, geeft hij niet meteen antwoord. Als je hem vraagt of hij iets leuk vindt, geeft hij geen duidelijk antwoord. Hij wil weten wat je bedoelt, waarnaar jij precies op zoek bent. En trouwens.. als hij dat onzinnig vindt, zal er alsnog geen antwoord volgen.

Hij wordt verlegen genoemd, autistisch, jong, raar, onzeker en dom. 

Hij zelf weet wel beter. Ik ben niet verlegen, ik weet precies wat ik wil, en bij wie ik daarvoor moet zijn. Ik ben niet geïnteresseerd in datgene wat niet interessant is, is dat zo raar? Ik vind andere mensen raar.

Kennismaken.

Hoe maak jij kennis met iemand?, vraag ik hem.

  • Toen ik hier bij jou kwam, was dat gemakkelijk. Jij praat serieus en interessant. Alleen als je doorvraagt heb ik niet altijd meteen de juiste woorden, en vind ik het soms spannend, maar ik vertrouw jou en mezelf. Bij jou spreek ik uit wat ik denk, ook als ik nog niet helemaal zeker ben.

Ik herinner me ook iets anders, zeg ik, de allereerste keer…

  • Ehh. Hij kijkt me vragend aan.

Volgens mij hebben wij de eerste keer niet binnen gezeten.

  • Oh, ja! lach Ik vertrouwde de situatie voor geen nanometer!

We lachen, en kijken naar buiten naar het plekje bij de trampoline.

  • Ik dacht: Weer zo’n ‘peut’, die gaat peuteren, en denkt dat ze alles van me snapt zonder mij te kennen! Mijn moeder heeft me echt hierheen moeten slepen, weet je dat!?

Ja, je had er echt zin in. Zie je wat er nu met je houding gebeurt? Daar hing je, op de trampoline. Kwam er ook nog een vrouw met een rare naam, zonder schoenen naar buiten, en die liet haar kopje thee vallen.

  • Daardoor moest ik wel lachen toen.

Dat wist jij heel goed te verbergen..

  • Ik … verborg wel meer toen …

 

interactie

Terug naar de vraag. Hoe ga jij om met nieuwe situaties, waarin je kennismaakt met iemand?

  • Niet. Ik ga ze niet aan. Ik weiger. Ik kan niet beginnen aan iets wat nog geen begin heeft. Ai… ik ben echt té logisch!

Op een papier dat tussen ons in ligt, teken ik een cirkel, zonder begin, zonder einde.

  • Het is eigenlijk wel een goede vraag, zegt hij. Hoe begin je iets..?

Hij tekent een dwarsstreepje dat de cirkel onderbreekt. We filosoferen een poos over beginnen en eindigen. Totdat duidelijk wordt dat niet één van ons een begin maakte. Er moet een interactie zijn.

  • Anders had ik nog gehangen, en was ik niet zelf binnengegaan.

Wie ging er uiteindelijk binnen die eerste keer?

  • Ik. … Deels. Ik had een klein stukje dat wilde en volgens mij praatte jij precies tegen dat stukje. Ik weet nog wel dat ik twijfelde of dat het juiste stukje van mij was, of dat ik me toch om had laten praten. En toen.. duwde jij me zowat omver, en vroeg me of ik thee wilde.

We lachen. 

 

Grote en kleine identiteit

Weet je, volgens mij kan ik nooit als mezelf ergens naar binnen, zeg ik.

  • Speel jij dan altijd een rol?, vraagt hij.

Nee, dat geloof ik niet, maar wanneer ben ik nou hetzelfde? Ik snap het begrip identiteit eigenlijk niet goed. Dat je gelijk bent aan jezelf. Jij..? Ik kan wel zo zijn, zoals ik nu ben, of toen zo, zoals ik toen was, en nu, zo, zoals ik nu – even wat drukker – ben, en nu zo, een beetje moe of onzeker.. Zo filosoferen we een tijdje over identiteit.

  • Misschien is er wel een tijdelijke identiteit. Misschien kan ‘ik-nu’ wel kennismaken met ‘iemand-nu’?

Dat klinkt praktisch, zeg ik. Dan kan ik gewoon zeggen welke kleur ik op dat moment mooi vind, als iemand me vraagt wat mijn lievelingskleur is. Of hoe ik me op dat moment voel, of wie ik zeg maar op dat moment ben, en .. hoe ik op dat moment heet.

  • Ja! Da’s een goeie!
  • Liggen die dingen dan minder vast..?

Je mag hier toch ook altijd weg? Was dat niet waarom je toen wel naar binnenstapte?

  • Ik denk het, zegt hij. Goede vraag. Wanneer stap ik wèl naar binnen?

Dan is dat de vraag die jij meeneemt vandaag. Wanneer stap ik wèl naar binnen? Ik doe met je mee. Ik laat mijn Grote Identiteit varen en leef even met een kleine identiteit. Gewoon zoals we nu op dit moment zijn.

Hoe is het met je?

  • Goed, op dit moment. Een 9, op dit moment, zegt hij.

Dan zeg ik op dit moment gedag tegen de jou van dit moment, kerel! Je bent welkom met iedere jij! Dag!

 

 

Hadewych Simonis werkt in Westland met Gevoelige Denkers en hun ouders en opvoeders. Hoogbegaafd, hoogsensitief, HB, HSP, coaching en training, Ik leer leren, Rots & Water, MINDSET-training, club GRONDIG HB en +klas GRONDIG HB