gronden in het water

Wat doe je als iemand je aanspreekt?

Waar kijk je als jou wat wordt gevraagd?

Durf je jezelf een vraag te stellen?

Durf je iets niet te weten?

Wie ben je als je niets zegt?

Ik ben degene die dolgraag in de lucht springt, vanaf de kant roept, door een menigte heen rent, en een zaal toespreekt vanaf het podium. Ik ben degene die graag schrijft en het dan hardop voorleest, juf is of predikant, en met 30 kinderen als akela de zee in rent. Ik ben graag degene die leidt.

Of lijdt. Ik kan het niet. Ik voel me niet lekker. Nu even niet. Laat mij maar. Ik doe het zelf. Ik hoef dat niet. Ik doe het anders. Ik doe het op mijn manier.

Wat gebeurt er als je grondt? Als je er echt voor kiest om er te zijn. Nu en hier. In je lijf, je eigen lijf. Met je hele ik, je hele jou, je hele jij-zijn. Wat gebeurt er met je als blijkt dat jij het bent.

Ja! Ik heb het gedaan! Ik ben degene die …

Ik ben degene die …

Ik ben degene die…

Wat als jij achter je daden gaat staan? Goed of fout. Wie zal het zeggen. Het is wat je deed.

Ja, ik heb de antenne van jouw auto gereden, ja ik heb hem van het bankje geduwd. Ja, ik ben je gewoon vergeten. Ja, ik heb een kras in de auto gereden. Ja, ik schaam me soms voor je. Ja. Ja. Ja, dat was ik. Ja, ja, ja, dat ben ik.

Wat gebeurt er als je ja zegt tegen jezelf?

Dit ben ik!

vergelijken (mijn zoon en ik)

ik vergelijk mijzelf met mijn zoon

hij wil niet gezien worden, wil niet dat er over hem wordt gepraat.

hij gaat niet op het podium.

hij wil niet zitten

hij wil alleen gezond voedsel.

Hij wil wel

bewegen en leren en eindeloos oefenen en trainen,

als het maar moeite kost.

hij wil alles wat moeilijk is, wat hem moeite kost.

 

zitten en tv kijken niet, luieren niet, film kijken niet. stomme spelletjes spelen niet.

hij wil verder komen, vooruit, winnen, beter worden, de beste zijn.

 

en ik

ik hang op de bank, doe niets, stel uit,

wil gezond eten, wil gezond bewegen,

 

Beste ouders, beste leerkrachten, beste opvoeders,

en toen was het winter. De laatste club boften we met sneeuw bij de tipi! Met koude handen die je kunt voelen en die warm worden als je het even koud gehad hebt….

Ik kijk terug op het afgelopen jaar en kom vanzelf terecht in eerdere winters. Van GRONDIG en vóór GRONDIG, in mijn onderwijsperiode. Ik zie een lijn van vragen, vragen van kinderen aan mij en aan zichzelf, een lijn van onderzoek doen, grondig onderzoek doen… Ik zie een lijn van voelen,  en jezelf en de ander, met alle vragen en onzekerheden, met alle angsten en overmoed, met alle emotionele uitspattingen en rust, helemaal serieus nemen

Ik herinner me levendig de twee jongens die op een winterdag de klas binnenkwamen met een doorzichtig, glad, scherp, plat voorwerp. Was het ijs..? Was het glas..? Konden we dit zien? Konden we het voelen? Wat was meer breekbaar?  En wat was scherper? Er ontspon zich een discussie die voor materiaal voor weken onderzoek zorgde. Ik herinner me ons laboratorium in de klas en als slotproject de bouw van een heuse hovercraft! Jaren geleden in een groep 5/6 in Wijk bij Duurstede.

Hoe begint onderzoek en zelfonderzoek?
Onderzoek begint bij het serieus nemen van de vraag, iedere vraag. En de vraag begint bij het serieus nemen van je waarneming. En het serieus nemen van je waarneming en die van anderen, kinderen, leerlingen, studenten, begint bij het serieus nemen van deze mensen zelf. Met alles waar zij mee komen!

Ook het voetbal dus? En die tenenkrommende songtekst, en het GTA- verhaal?
Ook het voetbal, de tenenkrommende songtekst en het GTA-verhaal. Wij horen het, we luisteren ernaar, en we reageren als onszelf. We zeggen hoe wij het zien. Dit leggen we naast het beeld, de waarneming, van de leerling, van ons kind, van de ander. Ik leer hem niet, ik vertel wat ik vind, en ik vraag en vraag en vraag. Hij gaat dat eveneens doen: hoe zie jij dat? En hij vormt zijn mening.

Ook de schreeuw, het spel van de ‘drama-queen’, de schop? Ook het demonstratief onder de tafel zitten, de scheldkanonnade, de 17 minuten durende stilte. Ja! Ook dat! Wat we serieus nemen wordt kleiner, als het slechts een verpakking is. Wat we aandacht geven groeit, als het het echte cadeau onder het cadeaupapier is. Als ik de kleine brul serieus neem, laat ik zien dat die er mag zijn, en deze dus niet uitvergroot hoeft te worden!

Alles wat van mij serieus wordt genomen, mag er zijn, en maakt dat ik groei. De uitvergroting ervan, is de loep die je kind of leerling, student of partner, vriend of vriendin je geeft om dat wat het ècht wil zeggen zichtbaar te maken. Wat ligt er echt?

Dit geldt voor alle mensen, en het geldt vooral voor mensen wier bewustzijn net even groter is dan dat van een gemiddeld mens, wier lijf net even wat meer waarneemt en voelt, wier neuronen net even wat sneller, en uitgebreider schakelen: de Gevoelige Denkers onder ons.

Ik nodig jullie uit om de loep aan te nemen, en te kijken naar het cadeau van de ander, door het cadeaupapier heen, de warmte te voelen, door de kou heen….

Weet je welkom bij GRONDIG, ook in 2018! Je wordt gezien!

Kijk hier voor de nieuwe agenda.

SPEEL!

speel met getallen, speel met letters en met woorden,

speel met sneeuw, speel met je eten,

speel, speel, speel!!

 

ik hield en houd nog steeds niet van spelletjes.

geprogrammeerde spelletjes.

en het leven is ook geen spel.

 

maar, of en:

alles is een spel,

met alles kun je spelen.

zie de kinderen met wie ik werk.

bijna geen kind speelt met speelgoed.

zoon van 7 maanden was het meest blij met de stamper,

verder speelde hij met touwtjes, veters, en alles wat even bleef zweven of ronddraaide in de lucht.

daarna werden het magneten, en knikkers, en nog steeds touwtjes.

vervolgens werden het treinbaanstukken, magneten, boeken, en nog steeds touwtjes

 

en dan bedoel ik spelen niet itt leren, en serieus en spelen als onzinnig, doelloos, alhoewel.., enzovoorts

leren, zeer serieus, alles leren, verkennen, en dat doe je speels, breed, hoog, diep, en alle kanten op!

spelen gaat alle kanten op.

mag ik ajb alle kanten op…?

zoals jean marie in wie is de mol. Ik weet niet wat links en rechts, wat boven (wijst onder aan) en onder is (wijst boven in) Typische beelddentaal, veel te zien bij HB’ers in hart en nieren.

Het gaat toch goed?!

We leven in een wereld waarin goed hetzelfde lijkt te betekenen als: niet (zichtbaar) slecht.

Wij hebben het ver weten te schoppen, als menselijke soort. We ontwikkelden een soort computer in ons hoofd, waarmee we ons bewust kunnen sturen. We kunnen vooruitkijken, en achteruit, in de tijd. We kunnen keuzes maken en beslissingen. We kunnen onszelf bevragen.

Intelligentie ten top: wij van d menselijke soort kunnen ons aanpassen in veranderende omgevingen. Dat maakt dat we er nog steeds zijn, en niet weggevaagd door klimaatveranderingen, ijstijden, virussen, bacteriële infecties, en continentverschuivingen, om maar wat te noemen.

In iedere ruimte waar ik kom, pas ik mij aan. Ik blijf keurig achteraan in de rij, ik praat op gedempte toon tijdens een vergadering, ik groet mijn buurman. En het gaat nog veel verder: mijn woordgebruik past zich aan aan mijn omgeving, mijn mimiek, kleding, en hoe ik mijn kopje koffie van tafel oppak, drink, en weer neerzet.

Aanpassen is van levensbelang.

Ben ik hier dom, in de wachtkamer, als ik precies doe wat zij ook doen? Of red ik hiermee mijn leven, door bij de groep te horen, en niet alleen te komen staan, wat – in de natuur – mijn dood zou betekenen? Mijn lijf weet het wel! Ik pas mij aan, ik ben een intelligent wezen!

 

En nu… nu worden twee zaken van mij verwacht: ik denk zelf na, èn ik hoor bij een groep. Dat is verdomd lastig als de groep zo anders is dan ik ben, wanneer ik echt zelf nadenk. Naarmate dit verschil groter wordt, groeit mijn onveiligheid!

Alweer die rotzaag!

Een metafoor van een jaartje terug. Ik haal deze zaag tevoorschijn, uit het vet, uit de gereedschapskist, in de hand. Want: er is behoefte aan goede zaagtechnieken. Bij ouders, bij leerkrachten, en bij de kinderen zelf.

Hoe maak ik contact met mijn hoogbegaafde kind dat op het moment niets lijkt te willen? Hoe maak ik contact met de hoogbegaafde leerling in mijn klas die een deel van het werk vertikt om te doen? Hoe maak ik contact met de gevoelige denker die in woede uitbarst op het plein en zich terugtrekt. Ik wil hem zo graag bereiken. Ik wil er voor haar zijn…

Als ik geen contact maak, kan ik niet zagen. Als ik me te veel in het contact duw, kan ik evenmin zagen.

Als ik de zaag in mijn hand houd, en in mijn hoofd precies weet hoe zagen werkt en hoe het moet worden, gebeurt er niets met mijn hout. En als ik door blijf zagen, als het hout al door is, zaag ik in mezelf.

Als de zaag blijft steken, en ik word boos op de zaag, omdat hij het is die blijft steken, wordt er weinig door-gezaagd. Als ik denk dat ik er al ben, terwijl het hout nog niet is aangeraakt, blijft het hout zoals het altijd is geweest.

Zagen vereist precies de juiste hoeveelheid kracht. Niet te veel. Duwen werkt niet, dan loopt de zaag vast. Niet te weinig, dan zaag je niet. Zagen vereist precies de juiste richting. Niet 0*, niet 90*, maar 45*, zodat de tanden door het hout gaan.

Zagen vereist precies de goede houding van de zager. Stevig op je benen, je benen naast de zaag, anders zaag je in je been.

En zagen vereist focus, focus op mijn werk. Ik laat alles om mij heen gebeuren en zaag, en zaag en zaag. Wederom: duwen werkt niet.

Alleen zagen werkt. Met de juiste kracht, de juiste richting, de juiste houding, met het tempo dat werkt en in ritme. En we zingen ‘zagen, zagen, wiedewiedewagen…..’

 

Levenslessen in de praktijk/ Club GRONDIG HB

Voorbeelden komen uit mijn werk met kinderen en opvoeders in praktijk GRONDIG, uit club GRONDIG HB, trainingen Rots & Water, en coachtrajecten van ouders, kinderen en leerkrachten. Overeenkomsten berusten niet op toeval. Wat ik beschrijf is menselijk, en zien we dagelijks terug in ons leven van alledag. In de praktijk en daarbuiten.