Wie zorgt voor wie?

Wie zorgt voor wie? Hij is 12 en vindt het verschrikkelijk op school, in de klas, met de meester, met de kinderen. Hij houdt, ‘wijselijk’ zijn mond. Anders lig ik eruit, kijkt niemand mij meer aan. Ze vinden me toch al een rare. Ik weet precies hoe ik me moet gedragen. Tot 15.00 uur dan. School is een andere wereld. Thuis is hij iemand anders.

Wie zorgt voor wie? Zij is moeder van een zoon van 12. Zij vindt het erg naar voor de oude meester dat alles wat hij probeert door haar zoon afgewezen wordt. Zij vindt zichzelf een lastige ouder. Ze snapt dat school zo haar best doet. Zij is moeder van een zoon van 12. Haar zoon huilt thuis en is boos en is verdrietig. In zijn tranen hoort zij de machteloosheid van de meester.

Wie zorgt voor wie? Hij is 12 en voelt zich kleiner en kleiner worden. Zijn tranen heeft hij diep weggestopt. Hij slikt ze. Hij slikt ze een voor een weg, diep weg. Woede is al helemaal verdwenen. Zijn droeve uitstraling is gewoon geworden. Voor zijn ouders, voor zijn meester, voor hemzelf.

Wie zorgt voor wie? Wie zorgt voor de meester? Wie zorgt voor de moeder? Wie zorgt voor deze jongen?

Weer gebeurt wat ik vaker zie gebeuren. Wat is jouw plek? Wat is de taak van de school? Wat is de taak van de meester? Wat is de taak van de moeder? En wat is de taak van het kind?

Moeder probeert voor de meester te zorgen. School zorgt voor zichzelf. De meester staat alleen. Moeder is er niet meer voor haar zoon, de school niet voor haar leerkracht, de leerkracht niet voor de leerling. Het kind zorgt voor de meester, de school èn zijn moeder, en houdt zich gedeisd.

Het is fijn als deze rolverwarring doorbroken wordt. En dat kan. Het is fijn als school school is en mag zijn, en zich over de leerkrachten ontfermt, meester meester is en mag zijn, en zich over de leerlingen ontfermt, moeder mama is en mag zijn, en zich over de zoon ontfermt, en het kind kind kan zijn.

Ik begin bij het kind. Wie ben jij (echt)? Wat doe jij? Wat wil jij (echt)? Dan de ouders. Dan de meester. Dan de school. De eerste stap wordt vaak overgeslagen. Ze levert een hoop op!

 

Wat niet gezien wordt, eet jou op.

Wat niet gezien wordt, eet jou op.

In de klas doet hij niets…., wat de leerkracht zou willen dat hij doet. Hij is of heel stil, en raakt geen pen aan, of hij zet de boel op stelten. Deze jongen heeft zich goed gewapend. Gewapend tegen de vijand. Hij heeft zichzelf goed verschansd. Kleine grote legeraanvoerder, in zijn fort.

Natuurlijk. Het is zijn redding, puur lijfbehoud. Helaas mogen we niet meer zien wie hij echt is…. Hij weet het zelf bijna niet meer ….

Ik heb met hem, en met inmiddels een héleboel andere strijdbare strijders, zijn fort verkend, zijn wapens verkend, en dat wat achter zijn schild en in zijn harnas verborgen ligt. Langzaam vond hij een weg naar buiten en een nieuwe zachtere en prettigere bescherming voor de binnenwereld. Langzaam en onzeker vond hij en vele kinderen met hem de eigen kracht en zachtheid terug.

Als hij, een stukje hij, er niet mag zijn van de buitenwereld, dan mag dit stukje er na een tijdje of soms op hetzelfde moment, niet meer zijn van het kind zelf. Het kind wapent zich en verdwijnt in zijn fort. Wat niet gezien wordt, is geheim. Wat niet gedeeld wordt, mag er niet zijn. Wat niet gezien wordt, eet jou op.

Welk stuk durf jij vandaag nog te zien van jouw leerling? Van jouw kind? Van jouzelf?

Wat laat jij vandaag van jouzelf zien?

 

Een ware strijder gebruikt zijn zwaard niet tégen de ander, maar vóór de weg van zichzelf naar buiten.

Hadewych, GRONDIG HB

 

De laatste trainingsgroepen van dit werkjaar starten komende week. Mensen op de wachtlijst krijgen komend werkjaar, na de zomervakantie, een plekje. In het nieuwe werkjaar na de zomervakantie is er weer ruimte in verschillende trainingsgroepen GRONDIG, in klas GRONDIG HB en in individuele HB-trajecten.

Weet je welkom! Je wordt gezien.

Hadewych Simonis is coach en trainer voor Gevoelige Denkers in Westland. Hoogbegaafde en hooggevoelige kinderen. In begeleidingstrajecten en trainingen werkt zij met hen, hun ouders en hun begeleiders aan grond onder de voeten. Zodat de Gevoelige Denker weer stevig staat!

Verdwijnen of gevonden worden?

Verdwijnen of gevonden worden?

De jongen met wie ik sprak op een dinsdag in maart, speelde verstoppertje. Hij leek te spelen, aandacht te trekken, weg te kruipen, maar… altijd deed hij daarna heerlijk mee met het groepje kinderen van zijn plusklas. Hij leek daar toch echt wel te willen zijn. Wat deed hij toch? Was het te spannend, wel of niet opgenomen te worden in de groep? Had hij gewoon energie over? Vond hij het lastig om zichzelf echt te laten zien?

Ik vroeg het hem. Ik vind dat leuk, zei hij, maar Stach vindt mij altijd meteen, dat is stom. – Wat zou je doen als hij je niet zou vinden?, vroeg ik hem. Dan bleef ik daar. En dan weten ze lekker niet waar ik ben. En dat duurt dan heel lang. – Hoe lang? Ik heb wel eens een uur ergens gezeten. – En toen? Waren ze jou aan het zoeken of waren ze niet meer met jou bezig? Ze zaten gewoon tv te kijken. – En toen? Toen verstopte ik me weer.

Wil je verdwijnen of wil je gevonden worden, vroeg ik?

Wat?, hij reageert licht verschrikt.

Nou gewoon, wat ik vroeg. (Natuurlijk hebben zijn oren en hersens mij gehoord. Zijn ik protesteert even, zijn ik is even in verwarring.)

Gevonden worden, zegt hij zacht. Ik wil gevonden worden.

 

Het doet me denken aan kiekeboe, het spelletje waar menig peuter van geniet, en heel spannend vindt. Ben ik er? Ben jij er? Ben jij er nog? Zei jij mij?

Het spelletje kiekeboe is een prachtig psychologisch spel om de aandacht op jou te richten, en bevestiging te krijgen dat jij er bent en mag zijn. Velen spelen het spel door bijvoorbeeld te laat te komen op een afspraak. Alsof ze zeggen: Kiekeboe! Hier ben ik. En de aandacht is daar.

Fijn om die aandacht te ontvangen, voor iedereen. We kunnen deze aandacht ook geven. Heel eenvoudig. Door tegen iemand te zeggen: Fijn dat jij er bent. Welkom. En de ander even aan te kijken. De hand te schudden. Te omhelzen. Een schouderklopje te geven.

Wat wil je liever? Verdwijnen of gevonden worden?

 

Hadewych Simonis werkt in haar praktijk in Westland met Gevoelige Denkers, aan grond onder de voeten. Zodat kinderen èn ouders hun regie nemen en zich laten zien. Ouderbijeenkomsten, coachingsgroepen, klas, trajecten en trainingen.

Weet je welkom. Je wordt gezien!

 

 

Ssst. Doornroosje slaapt.

Ssst. Doornroosje slaapt.

“Talenten moeten worden wakker gekust zoals Doornroosje in haar kasteel. Anders blijven ze slapen”

(Jolles, 2016:310)

 

Maar … misschien schrikt ze wel!

En ….  misschien slaat ze wel wild om zich heen!

Nee, … ze ligt juist zo lekker te slapen…. Laat haar lekker.

 

Ja. Als je Doornroosje wakker kust, zal er wat gebeuren en de kans is groot dat ze je niet meteen om de hals vliegt!

 

Doornroosjes zijn gemakkelijker te hanteren als ze Roosjes zijn. Zoet, zonder te zeggen wat ze voelen en denken. Zonder te doen waartoe ze in staat zijn. Maar … misschien willen we hun Doornen ook wel leren kennen, en kunnen de slapende meisjes deze inzetten om ons, en zichzelf, de mooiste rozen met en zonder doornen te laten zien..!

Doornroosje, wakker worden!

 

Meidenclub HB -Westland is er speciaal voor hoogbegaafde meiden. Laat jezelf zien. Leer jezelf kennen in het contact met anderen in wie jij je herkent!
Langs elkaar heen.

Langs elkaar heen.

Ik geniet het voordeel dat ik als coach – van denkers – , ook ouder ben, èn ruim 7 jaar leerkracht was.

Ik ken de rol en mogelijkheden van coach, van ouder èn van leerkracht van binnenuit. Ik heb vele gesprekken gevoerd als leerkracht met ouders over ‘onze’ kinderen. Vruchtbare gesprekken, lastige gesprekken, zoekende gesprekken: wat heeft dit kind nodig? En.. hoe kunnen we dat dit kind bieden?

Het kind uit de klas, is niet altijd het kind dat een ouder kent van thuis.

Dat zegt niets over je observatie. Het zegt vaak iets over de situatie, en over het kind, en de weg die het kind zoekt.

Stel dat de ouder en de leerkracht hetzelfde met het kind voor heeft. Daar probeer je toch als ouder de school voor je kind op uit te zoeken. We willen dat het goed gaat met dit kind. Dit ‘goed gaan’ kan verschillende dingen inhouden: Dat het stil is en luistert; dat het een mening kan formuleren; dat het netjes zijn werk doet; dat het een creatief mens wordt; dat het foutloos spelt en rekent; dat het …………..

 

Stel dat je het belangrijk vindt dat het kind zich aanpast aan een situatie, zich netjes gedraagt, en niemand tot last is. Dan beoordeel je de opmerkingen van leerkracht en ouder anders dan wanneer je het belangrijk vindt dat het kind zijn mening laat horen en goed naar zichzelf luistert. Stel dat je het belangrijk vindt dat het vlot kan hoofdrekenen en foutloos spelt, dan lees of schrijf je een rapport van een kind anders, dan wanneer je wil dat het kind altijd voor een ander klaarstaat.

Wat vind jij belangrijk?

Wat vind jij belangrijk voor jouw kind, en voor de kinderen uit de klas?

Wat wilde jij graag als kind?

Wat zou jij graag gewild hebben..?

Ik nodig leerkrachten en ouders uit hier eens bij stil te staan. Dit omdat ik merk dat in oudergesprekken ouder en leerkracht, nogal eens onbedoeld langs elkaar heen praten. Wat is je doel? En wat is jullie gezamenlijk doel?

(En dan laat ik het doel van je kind, waar ik als kindercoach met ouders en kinderen de aandacht op richt, nu even buiten beschouwing…)

Hadewych Simonis is kindercoach en trainer voor denkers. In haar praktijk in Monster werkt zij met (hoogbegaafde) kinderen en hun ouders aan stevige grond onder hun voeten.